Amsterdam opnieuw moordhoofdstad van Nederland met 10 slachtoffers

City scenic from Amsterdam in the Netherlands

Amsterdam telde in 2025 tien geweldsdoden en staat daarmee opnieuw bovenaan de Nederlandse ranglijst. In een jaar waarin het landelijke aantal slachtoffers voor het eerst in lange tijd onder de honderd bleef, springt vooral de concentratie in grote steden eruit. Amsterdam voert als Moordhoofdstad van Nederland de lijst aan, gevolgd door Rotterdam en Den Haag, maar de cijfers vragen om context: tegenover tien moorden staan tienduizenden andere misdrijven, duidelijke seizoenspatronen en een internationaal gezien nog altijd relatief laag geweldsniveau.

Dit blijkt uit cijfers die De Telegraaf opvroeg bij de tien politie-eenheden. Deze tien moorden staan echter in schril contrast met de totale criminaliteit in Amsterdam. De stad registreerde 81.176 misdrijven in 2025, waarmee de geweldsdoden 0,012 procent van alle delicten vormen. Voor elke moord waren er 8.117 andere misdrijven: diefstallen, inbraken, bedreigingen, mishandelingen en fraude.

Amsterdam domineert absolute moordcijfers

Amsterdam domineerde in 2025 niet alleen de moordstatistieken maar ook de algemene criminaliteitscijfers. Met 81.176 geregistreerde misdrijven staat de hoofdstad ver boven Rotterdam (53.398) en Den Haag (39.692). Dit komt neer op gemiddeld 222 misdrijven per dag in Amsterdam, tegenover 146 in Rotterdam en 109 in Den Haag.

De verhouding tussen moorden en andere misdrijven verschilt per stad. Amsterdam kende één moord per 8.117 misdrijven, wat betekent dat gemiddeld eens per 37 dagen iemand door geweld omkwam. Rotterdam registreerde één moord per 10.679 misdrijven, gemiddeld eens per 73 dagen. Den Haag kende één moord per 7.938 misdrijven, eveneens ongeveer eens per 73 dagen.

Deze cijfers tonen dat Amsterdam weliswaar de meeste absolute moorden kent, maar dat de verhouding tussen moord en andere criminaliteit vergelijkbaar is met Den Haag. Rotterdam scoort relatief beter: daar komen minder moorden voor in verhouding tot het totale aantal misdrijven.

Seizoenspatronen in Amsterdamse criminaliteit

De 81.176 misdrijven in Amsterdam waren ongelijk verdeeld over het jaar. Juli was de drukste maand met 7.618 geregistreerde delicten, februari de rustigste met 5.882. Dit verschil van 1.736 misdrijven representeert een schommeling van bijna 30 procent tussen de rustigste en drukste maand.

Rotterdam liet een vergelijkbaar patroon zien met een piek in juli (5.042 misdrijven) en een dal in februari (4.127), maar de procentuele variatie was kleiner: ongeveer 22 procent. Ook Den Haag kende een vergelijkbare schommeling van 21,6 procent tussen de drukste maand november (3.547) en de rustigste maand februari (2.918).

Deze seizoenspatronen weerspiegelen de realiteit van grote steden in de zomer. Meer toeristen betekent meer kansen voor zakkenrollerij en oplichting. Drukker uitgaansleven leidt tot meer vechtpartijen en geweldsincidenten. Volle terrassen en straten creëren situaties waarin diefstallen makkelijker plaats kunnen vinden. En festivals trekken grote groepen mensen die zowel slachtoffer als dader kunnen worden van criminaliteit.

Amsterdam in de top drie, maar niet altijd bovenaan

Hoewel Amsterdam op moordcijfers bovenaan staat, is de stad niet in alle criminaliteitscategorieën de absolute koploper. De CBS-data tonen dat Amsterdam op totale misdrijven eerste staat, maar de verschillen met Rotterdam zijn substantieel kleiner dan de absolute cijfers suggereren wanneer je corrigeert voor inwonersaantallen.

Amsterdam telt ongeveer 900.000 inwoners, Rotterdam 660.000. Per 100.000 inwoners komt Amsterdam uit op ongeveer 9.020 misdrijven per jaar, Rotterdam op 8.090. Het verschil is dus 11,5 procent, aanzienlijk kleiner dan de 52 procent die de absolute cijfers suggereren.

Bij geweldsdoden is het beeld anders. Amsterdam komt uit op ongeveer 1,1 geweldsdoden per 100.000 inwoners, Rotterdam op 0,76 en Den Haag op 0,91. Hier scoort Amsterdam dus echt hoger, ook gecorrigeerd voor stadgrootte. Het landelijk gemiddelde ligt rond 0,75 per 100.000 inwoners, wat betekent dat Amsterdam bijna 50 procent boven het gemiddelde zit.

De samenstelling van Amsterdamse criminaliteit

Van de 81.176 misdrijven in Amsterdam valt het grootste deel in de categorie vermogensmisdrijven. Landelijk gezien vormen diefstal, inbraak, oplichting en afpersing bijna zestig procent van alle geregistreerde criminaliteit. Amsterdam wijkt hier niet substantieel van af, hoewel de stad door zijn toeristische karakter waarschijnlijk relatief meer zakkenrollerij en winkeldiefstal kent.

Geweldsdelicten maken een substantieel maar kleiner deel uit. Hieronder vallen mishandeling, bedreiging, seksuele misdrijven en openlijk geweld. De tien moorden vormen de ernstigste categorie binnen geweldsdelicten, maar zijn qua aantallen een fractie van het totaal.

De maandelijkse variatie van bijna 30 procent in Amsterdam suggereert dat een groot deel van de criminaliteit seizoensgebonden is. Dit wijst op vermogensmisdrijven die profiteren van drukte en massa, zoals zakkenrollerij en fietsdiefstal. Ook geweldsdelicten in het uitgaansleven vertonen dit patroon door verhoogd alcoholgebruik in de zomermaanden.

Vergelijking met andere grote Nederlandse steden

Naast Amsterdam, Rotterdam en Den Haag registreerden ook andere grote steden substantiële aantallen misdrijven. Utrecht kende 27.832 delicten in 2025, Eindhoven 18.880. Deze steden vielen niet in de top drie van geweldsdoden, wat suggereert dat de verhouding tussen algemene criminaliteit en dodelijk geweld per stad verschilt.

Utrecht registreerde gemiddeld 76 misdrijven per dag met een relatief kleine seizoensvariatie van 20,3 procent. Eindhoven kwam uit op 52 misdrijven per dag met een variatie van 21,9 procent. Beide steden laten dus stabielere criminaliteitspatronen zien dan Amsterdam, waar de variatie bijna 30 procent bedroeg.

Deze verschillen hangen samen met de specifieke kenmerken van elke stad. Amsterdam trekt veel meer toeristen dan Utrecht of Eindhoven, wat de seizoensschommelingen vergroot. Ook het omvangrijke uitgaansleven in Amsterdam draagt bij aan grotere verschillen tussen zomer en winter.

Landelijke daling: van 133 naar 98 geweldsdoden

Het landelijke cijfer van 98 geweldsdoden in 2025 vertegenwoordigt een daling van 26 procent ten opzichte van 2024, toen er 133 slachtoffers vielen. Ook ten opzichte van 2023, met 128 slachtoffers, is er een substantiële afname. Dit is de eerste keer in jaren dat het aantal onder de honderd komt.

Historisch gezien schommelt het aantal geweldsdoden in Nederland tussen 100 en 130 per jaar. Het cijfer van 98 valt dus net buiten de gebruikelijke bandbreedte, aan de onderkant. De langetermijntrend is dalend: in de jaren negentig lag het aantal ongeveer dubbel zo hoog.

Deze daling is consistent met bredere Europese trends. Vergrijzing speelt een grote rol, omdat landen met een jonge bevolking bijna altijd hogere moordcijfers kennen. Ook toegenomen welvaart en de opkomst van internet en smartphones dragen bij: jongeren blijven meer binnen, wat leidt tot minder confrontaties en vechtpartijen op straat.

Geslacht en leeftijd: basisstatistieken

Van de 98 landelijke geweldsdoden waren 35 vrouwen en 63 mannen. Mannen worden dus bijna twee keer zo vaak slachtoffer van dodelijk geweld als vrouwen. Dit verschil hangt samen met verschillende risicofactoren: mannen zijn vaker betrokken bij criminele circuits, raken vaker verwikkeld in vechtpartijen en worden vaker slachtoffer van willekeurig geweld op straat.

Bij vrouwen ligt de problematiek anders. Een substantieel deel van de vrouwelijke slachtoffers valt door partnergeweld of geweld door ex-partners. Dit patroon verschilt fundamenteel van mannelijke slachtoffers, waar een groter deel omkomt door confrontaties met vreemden of criminele afrekeningen.

Het oplospercentage van moorden ligt structureel hoog, vaak boven de tachtig procent. In 2025 steeg dit percentage naar 97 procent, wat betekent dat slechts drie zaken onopgelost bleven. Dit contrasteert sterk met andere misdrijven, waar oplospercentages vaak onder de tien procent liggen.

Provinciale verdeling en stedelijke concentratie

Provinciaal vielen de meeste slachtoffers in Noord-Holland (20), Zuid-Holland (18) en Noord-Brabant (14). Noord-Holland scoort het hoogst vooral door de tien Amsterdamse slachtoffers, die de helft van het provinciale totaal uitmaken. Dit illustreert de sterke concentratie van geweldsdoden in specifieke steden.

Amsterdam, Rotterdam en Den Haag samen zijn goed voor twintig van de 98 geweldsdoden, ruim twintig procent van het landelijke totaal. Dit terwijl deze drie steden samen ongeveer twaalf procent van de Nederlandse bevolking huisvesten. De concentratie is dus disproportioneel.

Deze stedelijke concentratie heeft structurele oorzaken. Meer inwoners betekent meer potentiële conflicten. Grotere anonimiteit maakt het makkelijker om na een misdrijf onder te duiken. De aanwezigheid van drugscriminaliteit en criminele netwerken vergroot de kans op liquidaties. En de combinatie van uitgaansleven, alcoholgebruik en grote groepen mensen leidt tot meer geweldsincidenten.

Amsterdam in internationaal perspectief

Met tien moorden op 900.000 inwoners scoort Amsterdam internationaal gezien relatief laag. Grote Europese steden als Londen, Parijs en Berlijn kennen beduidend hogere absolute aantallen. Gecorrigeerd voor inwonersaantallen blijft Amsterdam in de middenmoot van Europese hoofdsteden: hoger dan sommige Scandinavische steden, lager dan veel Zuid-Europese en Oost-Europese steden.

Europese steden scoren over het algemeen veel lager dan Amerikaanse steden, waar het moordcijfer gemiddeld rond de zes per 100.000 inwoners ligt. Nederlandse steden blijven dus relatief veilig in mondiaal perspectief, ondanks de binnenlandse aandacht die individuele zaken krijgen. Check eens de 26.000 moorden in Zuid-Afrika in 2024: gemiddeld ruim 70 per dag, ongeveer 40,3 moorden per 100.000 inwoners volgens de Homicide Monitor in 2024.

De titel moordhoofdstad heeft binnen Nederland vooral symbolische waarde. Het verschil tussen Amsterdam (10 slachtoffers) en Rotterdam (5) is statistisch significant, maar in absolute zin beperkt. Een handvol zaken meer of minder kan de ranglijst van jaar tot jaar drastisch veranderen.

De context van 222 dagelijkse misdrijven

De tien moorden in Amsterdam vallen weg tegen de 222 dagelijkse misdrijven die de stad registreert. Dit komt neer op één misdrijf per 6,5 minuut, 24 uur per dag, 365 dagen per jaar. Het overgrote deel hiervan betreft vermogensmisdrijven: gestolen fietsen, ingebroken woningen, gerold toeristen en opgelichte consumenten.

Deze context relativeert het beeld van Amsterdam als bijzonder gevaarlijke stad. De kans om slachtoffer te worden van diefstal is honderden keren groter dan de kans om slachtoffer te worden van dodelijk geweld. Een gemiddelde Amsterdammer heeft in zijn hele leven een zeer kleine kans om betrokken te raken bij een moord, maar een veel grotere kans om ooit geconfronteerd te worden met diefstal of inbraak.

Tegelijkertijd verhult deze statistische benadering het menselijk leed achter de cijfers. Tien moorden betekent tien verwoeste families, tien levens die abrupt eindigden, tien drama’s die nabestaanden jarenlang blijven achtervolgen. Elk slachtoffer verdient aandacht, ongeacht hoe de stad in vergelijking met andere steden scoort.

Seizoensvariatie: zomer versus winter

De maandelijkse criminaliteitscijfers tonen een duidelijk seizoenspatroon. Juli was niet alleen in Amsterdam de drukste maand, maar ook in Rotterdam. Dit patroon is consistent over meerdere jaren en heeft duidelijke oorzaken.

Zomermaanden betekenen meer mensen op straat, langere dagen waarop criminaliteit kan plaatsvinden, en meer toeristen die onbekend zijn met lokale risico’s. Terrassen draaien overuren en festivals trekken grote menigten, wat kansen creëert voor zowel vermogensmisdrijven als geweldsdelicten.

Februari was in alle drie de grote steden de rustigste maand. De korte, koude maand houdt mensen binnen, wat het aantal straatdelicten drukt. Ook het uitgaansleven is in februari minder druk dan in de zomermaanden, wat geweldsincidenten vermindert.

Oplospercentage en politiecapaciteit

Het oplospercentage van 97 procent bij moorden in 2025 is exceptioneel hoog. Dit hangt samen met de prioriteit die de politie geeft aan deze zwaarste misdrijven. Bij moord wordt doorgaans veel meer capaciteit ingezet dan bij andere delicten: uitgebreide forensische onderzoeken, grootschalige buurtonderzoeken en getuigenverhoren.

Deze prioritering heeft consequenties voor andere misdrijven. Bij inbraak, fietsdiefstal en mishandeling blijven oplospercentages vaak onder de tien procent. De politie heeft simpelweg niet de capaciteit om elk delict intensief te onderzoeken, wat verklaart waarom de focus ligt op de ernstigste feiten.

Het hoge oplospercentage betekent ook dat de cijfers over moorden betrouwbaarder zijn dan cijfers over andere misdrijven. Bij diefstal wordt lang niet elk voorval gemeld, en niet elke melding leidt tot een registratie. Bij moord is de kans op ontdekking en registratie veel groter, wat de statistieken betrouwbaarder maakt.

De uitdaging voor Amsterdam

Amsterdam blijft worstelen met de spanning tussen zijn rol als internationale toeristische trekpleister en de uitdagingen die dit met zich meebrengt. De 81.176 geregistreerde misdrijven zijn niet alleen abstract cijfermateriaal, maar vertegenwoordigen reële overlast en onveiligheid voor inwoners en bezoekers.

De tien moorden vormen de ernstigste categorie binnen deze criminaliteit. Of dit aantal in 2026 verder daalt is onzeker. Schommelingen tussen jaren kunnen groot zijn, afhankelijk van conflicten in het criminele circuit, escalaties in de relationele sfeer en incidenten met verwarde personen.

De vraag is niet of Amsterdam veiliger wordt, maar of het veilig genoeg is. Met 1,1 geweldsdoden per 100.000 inwoners ligt de stad boven het landelijk gemiddelde maar onder veel internationale vergelijkbare steden. De titel moordhoofdstad is statistisch juist, maar moet in perspectief geplaatst worden: in absolute aantallen bovenaan, in relatieve risico’s vergelijkbaar met andere grote Nederlandse steden.

Vergelijking met voorgaande jaren

De tien geweldsdoden in Amsterdam in 2025 representeren een status quo ten opzichte van 2024, toen de stad ook al de titel moordhoofdstad droeg. Of dit in 2026 zo blijft hangt af van vele factoren die moeilijk te voorspellen zijn.

Wat wel voorspelbaar is, is de totale criminaliteit. De 81.176 misdrijven in 2025 passen in een patroon dat consistent is over meerdere jaren. Amsterdam zal waarschijnlijk ook in 2026 bovenaan de criminaliteitsstatistieken staan, simpelweg door zijn grootte, toeristische aantrekkingskracht en stedelijke karakter.

De combinatie van massatoerisme, uitgebreid nachtleven, drugscriminaliteit en sociale spanningen maakt Amsterdam tot een complexe stad op het gebied van veiligheid. De uitdaging is om de levendigheid en aantrekkingskracht te behouden terwijl de criminaliteit wordt teruggedrongen, een balans die moeilijk te vinden blijft.

Bron: CBS/Politie – Tabel 47013NED ‘Geregistreerde misdrijven en aangiften per gemeente 2025’ (data.politie.nl). Telegraaf: ‘Aantal geweldsdoden voor het eerst in jaren onder de 100: Amsterdam opnieuw ’moordhoofdstad