We schrijven 11 december 2025 en het jaar is nog niet voorbij, maar de cijfers die tot nu toe beschikbaar zijn tekenen een duidelijk beeld: de jarenlange daling van de criminaliteit in Nederland is definitief gestopt. Na bijna twee decennia waarin criminaliteitscijfers jaar na jaar omlaag gingen, stabiliseren de cijfers sinds 2018 en zien we op sommige terreinen zelfs een stijging. Deze trendbreuk is nu niet meer tijdelijk, maar echt structureel.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerde in september een uitgebreid rapport met als sprekende titel: “Langdurige daling criminaliteit ten einde?” Het vraagteken mag inmiddels geschrapt worden. De geregistreerde criminaliteit schommelt sinds 2018 rond hetzelfde niveau, en ook het zelf gerapporteerde slachtofferschap stijgt weer na een lange daling. Wat gebeurt er precies in Nederland?
Het grote plaatje: 812.000 misdrijven in 2024
In 2024 registreerde de politie 811.900 misdrijven, nagenoeg hetzelfde aantal als in 2023 (816.400) en 2022 (810.600). Ter vergelijking: in 2017 waren er nog 833.000 registraties, in 2010 lag het aantal op 1.200.800. De daling die we tussen 2010 en 2018 zagen – een spectaculaire afname van 35 procent – is niet doorgezet.
Belangrijker nog: het slachtofferschap onder de bevolking stijgt weer. Uit de Veiligheidsmonitor blijkt dat in 2023 meer mensen slachtoffer werden van traditionele criminaliteit dan in 2021. Het percentage slachtoffers ligt nu ongeveer op hetzelfde niveau als in 2019. Dat betekent dat de coronadip van 2021 niet structureel was, maar tijdelijk.
De Veiligheidscoalitie Midden-Nederland rapporteerde in september dat in de eerste acht maanden van 2025 de totale geregistreerde criminaliteit met 3 procent steeg ten opzichte van dezelfde periode in 2024. Van de 38 gemeenten in de regio zagen er acht een stijging van 10 procent of meer. Dit regionale beeld lijkt representatief voor een bredere nationale trend.
Vermogenscriminaliteit: geen verdere daling
Vermogensmisdrijven – zoals diefstal, verduistering en inbraak – vormen met 57 procent nog altijd de grootste categorie geregistreerde criminaliteit. In absolute cijfers gaat het om 464.100 vermogensmisdrijven in 2024, vrijwel gelijk aan de 464.900 in 2023.
Tussen 2011 en 2018 daalde het aantal vermogensmisdrijven van 723.000 naar 458.000, een afname van 37 procent. Sindsdien blijft het aantal stabiel, met uitzondering van de coronajaren 2020-2021 toen lockdowns en thuiswerken de gelegenheid voor veel vermogensdelicten verkleinden.
Het aantal slachtoffers van vermogensdelicten volgde een vergelijkbaar patroon. Na een daling van 33 procent tussen 2010 en 2019, steeg het slachtofferschap weer tussen 2021 en 2023. In 2023 lag het nog iets lager dan voor corona, maar duidelijk hoger dan in 2021.
Bijzonder is de ontwikkeling binnen de vermogenscriminaliteit. Klassieke vormen van diefstal (woninginbraak, autodiefstal, zakkenrollerij) daalden fors, maar andere vormen namen juist toe. De categorie ‘overige vermogensmisdrijven’ – voornamelijk bedrog en valsheidsmisdrijven – steeg van 45.000 in 2010 naar 106.000 in 2024. Deze stijging hangt deels samen met betere registratie van online fraude, maar weerspiegelt ook een reële verschuiving van criminaliteit naar het digitale domein.
Overvallen: opvallende stijging in 2025
Een van de meest opvallende ontwikkelingen van 2025 is de sterke toename van overvallen. Tot en met april registreerde de politie 218 overvallen, 69 meer dan in dezelfde periode van 2024. Dat is een stijging van bijna 50 procent.
Deze toename is des te opmerkelijker omdat het aantal overvallen jarenlang daalde. In 2017 waren er nog 1.120 overvallen, in 2024 zakte dit naar 500. De plotselinge stijging in 2025 zorgt voor zorgen bij politie en ondernemers.
Jos van der Stap, die bij de politie de overvalcijfers volgt, noemt vooral juweliers doelwit. Tot april 2025 waren er al veertien overvallen op juweliers, terwijl heel 2024 er elf telde. Ook belwinkels, brillenzaken, horecagelegenheden, supermarkten en tankstations worden getroffen.
Het opmerkelijke is dat het vaak om jonge daders gaat die zogenoemde hit-and-run-overvallen plegen. De pakkans ligt volgens de politie rond de 60 à 70 procent en de buit is vaak klein, maar dat lijkt jonge daders niet af te schrikken. In de eerste drie maanden van 2025 hield de politie al 182 verdachten van overvallen aan, onder wie steeds meer minderjarigen.
De Veiligheidscoalitie Midden-Nederland meldde in haar septembercijfers een stijging van 58 procent bij straatroven met geweld in de eerste acht maanden van 2025 vergeleken met dezelfde periode in 2024. Dit bevestigt het beeld van een forse toename van gewelddadige vermogenscriminaliteit.
Geweldsmisdrijven: wisselend beeld
Het aantal geregistreerde gewelds- en seksuele misdrijven daalde tussen 2010 en 2018 van 115.800 naar 83.300. Na 2018 stabiliseerde dit aantal rond de 78.000 per jaar. In 2024 lag het op 78.000, iets lager dan in 2018 maar hoger dan het dieptepunt van 76.200 in 2021 en 2023.
Binnen deze categorie zijn duidelijke verschuivingen zichtbaar. Mishandeling daalde van 61.400 in 2010 naar 40.400 in 2024. Bedreiging en stalking daalden van 38.100 naar 23.000. Maar seksuele misdrijven stegen juist: van 9.700 in 2010 naar 9.900 in 2024, met een piek van 10.100 in 2022.
De toename van geregistreerde seksuele misdrijven hangt deels samen met maatschappelijke ontwikkelingen. De MeToo-beweging vanaf 2017 en de BOOS-uitzending over The Voice of Holland in januari 2022 leidden tot meer meldingen. Het Landelijk Centrum Seksueel Geweld hielp in 2023 40 procent meer slachtoffers dan in 2021.
Het aantal ziekenhuisopnamen gerelateerd aan geweld – een indicator die niet afhankelijk is van aangiftebereidheid – volgde grotendeels de dalende trend van geregistreerde geweldsmisdrijven. Van 2.620 opnamen in 2013 daalde dit naar 1.580 in 2021. Maar in 2022 volgde een opvallende stijging naar 1.940, vooral bij mannen. In 2023 daalde het aantal weer naar 1.770.
Het percentage mensen dat aangeeft slachtoffer te zijn geweest van geweldsdelicten steeg tussen 2021 en 2023 met 24 procent. Deze stijging in zelf gerapporteerd slachtofferschap is groter dan de stijging in politieregistraties, wat erop wijst dat de aangiftebereidheid mogelijk daalt. Inderdaad deed in 2023 18,8 procent van de slachtoffers van geweldsdelicten aangifte, tegenover 20,9 procent in 2021.
Verkeersmisdrijven: drugscontroles leiden tot meer registraties
Het aantal geregistreerde verkeersmisdrijven daalde tussen 2011 en 2017 van 146.700 naar 111.900, maar steeg daarna tot 140.400 in 2022. In 2024 lag het aantal op 131.300, een daling ten opzichte van de piek in 2022 maar nog altijd hoger dan in 2017.
Deze toename hangt vooral samen met meer controles op rijden onder invloed. Sinds 1 juli 2017 kan de politie naast alcohol ook testen op drugsgebruik in het verkeer. Het aantal registraties van rijden onder invloed steeg van 25.800 in 2017 naar 41.600 in 2024.
Verlaten van de plaats van een ongeval blijft de meest voorkomende verkeersregistratie (72.300 in 2024), gevolgd door rijden onder invloed. De categorie ‘overige verkeersmisdrijven’ – zoals rijden tijdens rijontzegging en het voeren van een vals kenteken – steeg van 9.200 in 2017 naar 17.400 in 2024.
Wapenmisdrijven en openbare orde: registratieverandering vertekent beeld
Het aantal geregistreerde wapenmisdrijven steeg van 4.700 in 2017 naar 7.300 in 2024. Het aantal misdrijven tegen de openbare orde steeg van 11.200 in 2017 naar een piek van 24.000 in 2022, om daarna te dalen naar 17.500 in 2024.
Deze stijgingen zijn echter deels het gevolg van een registratiewijziging. Sinds juli 2018 legt de politie meerdere delicten die met elkaar samenhangen apart vast. Voorheen werd bij een straatroof met een wapen alleen het zwaarste delict (diefstal met geweld) geregistreerd. Sinds 2018 worden ook het wapenbezit en eventuele huisvredebreuk apart geteld. Dit verklaart een deel van de stijging bij beide categorieën.
Online criminaliteit: verschuivende vormen
Online criminaliteit is lastig in één cijfer te vangen omdat de vormen voortdurend veranderen. De politie registreert apart ‘cybercrime’ (waarbij de computer zowel middel als doel is) en ‘horizontale fraude’ (burgers die andere burgers oplichten, meestal online).
Het aantal cybercrime-registraties steeg van 1.800 in 2016 naar een piek van 14.200 in 2021, maar daalde daarna fors naar 7.000 in 2024. Het aantal registraties van horizontale fraude steeg van 6.000 in 2014 naar 125.400 in 2020, daalde naar 86.800 in 2022, en steeg weer naar 94.300 in 2024.
Deze schommelingen hangen deels samen met wijzigingen in registratie en aanpak. Sinds 2015 registreert de politie ook meldingen bij het Landelijk Meldpunt Internet Oplichting. Tijdens corona steeg online fraude explosief, maar daarna volgde weer een daling.
Uit de publicatie Online Veiligheid en Criminaliteit 2024 blijkt dat 16 procent van de bevolking in de afgelopen twaalf maanden slachtoffer werd van online criminaliteit. Het aantal slachtoffers van online oplichting en fraude steeg tussen 2022 en 2024, maar het aantal slachtoffers van hacken daalde juist.
De politie waarschuwt voor nieuwe vormen van online criminaliteit, zoals het gebruik van kunstmatige intelligentie voor deepfakes, het genereren van computervirussen, en het gericht benaderen van slachtoffers via digitale lijsten met persoonsgegevens.
Drugsmisdrijven: aandacht neemt toe, cijfers schommelen
Georganiseerde drugscriminaliteit krijgt de laatste jaren veel maatschappelijke en politieke aandacht, vooral na de moorden op advocaat Derk Wiersum (2019) en journalist Peter R. de Vries (2021). Het kabinet intensiveerde in 2019 de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit.
Toch is deze toegenomen aandacht niet direct zichtbaar in het aantal geregistreerde drugsmisdrijven. Dit daalde van 18.000 in 2010 naar 12.200 in 2021, steeg daarna naar 14.300 in 2023, en steeg verder naar 15.300 in 2024. Het aantal schommelt dus, maar vertoont geen duidelijke stijgende of dalende trend.
Dit beeld is deels misleidend. Georganiseerde criminaliteit is vaak juist niet zichtbaar in reguliere criminaliteitscijfers. Het gaat om slachtofferloze delicten waarbij politie en justitie proactief moeten opsporen. Registraties zijn daarom meer afhankelijk van opsporingscapaciteit en -prioriteiten dan van de werkelijke omvang van het fenomeen.
Vernielingen: daling gestabiliseerd
Het aantal geregistreerde vernielingen – waaronder brandstichting – daalde tussen 2010 en 2018 van 158.300 naar 76.700. Sindsdien schommelt het aantal rond de 75.000 per jaar, met 77.300 registraties in 2024.
Ook het percentage slachtoffers van vernielingen volgde dit patroon. Na een daling van 34 procent tussen 2010 en 2021, steeg het slachtofferschap weer tussen 2021 en 2023. In 2023 lag het nog wel lager dan in 2019, maar duidelijk hoger dan in 2021.
De strafrechtketen: meer zaken, hogere straffen
Ook verderop in de strafrechtketen is de trendbreuk zichtbaar. Het aantal beslissingen door het Openbaar Ministerie daalde van 240.400 in 2012 naar 174.900 in 2021, maar steeg daarna weer naar 182.400 in 2023.
Het aantal eindbeslissingen door de rechter daalde van 113.500 in 2010 naar een dieptepunt van 65.900 in 2020 (het coronajaar waarin alleen spoedeisende zaken werden behandeld). Daarna steeg het aantal weer naar 74.100 in 2023.
Bij de opgelegde straffen is vooral de ontwikkeling van gevangenisstraffen opvallend. Waar taakstraffen en geldboetes een dalende trend volgden tot 2020 en daarna stabiliseerden, steeg het aantal gevangenisstraffen na de coronadip verder. Van 29.300 in 2020 naar 34.200 in 2023.
Dit betekent dat rechters relatief vaker tot vrijheidsstraffen overgaan, mogelijk omdat zwaardere zaken vaker bij de rechter komen (lichtere zaken worden door het OM zelf afgedaan via strafbeschikkingen).
Waarom stopt de daling?
Het CBS wijdt in zijn septemberrapport geen harde conclusies aan de oorzaken van de trendbreuk, maar noemt wel enkele relevante ontwikkelingen. De factoren die tussen 2000 en 2018 tot dalende criminaliteit leidden – vergrijzing, betere beveiliging, afname van drugsverslaving – zijn niet verdwenen. De vergrijzing neemt zelfs toe. Toch daalt de criminaliteit niet meer.
Mogelijke verklaringen voor de stabilisatie en gedeeltelijke stijging zijn demografische veranderingen (meer jongvolwassenen in bepaalde leeftijdsgroepen), economische druk, toegenomen gebruik van sociale media die jongeren bereikbaar maakt voor criminele netwerken, en verschuivingen in criminaliteitsvormen.
De politie meldde in december onderzoek waaruit blijkt dat ruim de helft van jongeren online weleens benaderd is voor een ‘snel geld-klus’. Criminele netwerken werven actief via sociale media, waarbij jongeren het risico niet lijken te overzien.
Ook maatschappelijke ontwikkelingen spelen een rol. De toegenomen aandacht voor seksueel geweld leidt tot meer meldingen. Betere controles op drugsgebruik in het verkeer leiden tot meer registraties. En online fraude neemt nieuwe vormen aan die slachtoffers minder goed kunnen herkennen.
Regionaal: grote verschillen tussen gemeenten
De landelijke cijfers verhullen aanzienlijke regionale verschillen. In Midden-Nederland steeg de criminaliteit in acht van de 38 gemeenten met 10 procent of meer in de eerste acht maanden van 2025. Vier gemeenten zagen juist een daling van minimaal 10 procent.
Ook de verdeling van criminaliteitssoorten verschilt sterk per regio. Straatroven concentreren zich in grote steden, woninginbraken komen meer voor in welvarende buitenwijken, en drugscriminaliteit is gebonden aan productie- en distributielocaties.
Voor bewoners en ondernemers betekent dit dat landelijke cijfers slechts beperkt inzicht geven in de lokale situatie. Een gemeente waar de criminaliteit daalt, kan toch te maken krijgen met een toename van specifieke delicten zoals overvallen of vernielingen.
Wat betekent dit voor 2026?
Nu we eind 2025 naderen, tekent zich een duidelijk beeld af. De langdurige daling van de criminaliteit die begon na de eeuwwisseling is definitief ten einde. We zitten in een nieuwe fase waarin criminaliteitscijfers stabiliseren rond het niveau van 2018-2019, met op sommige terreinen zelfs stijgingen.
De vraag voor 2026 is of deze stabilisatie aanhoudt of dat we een verdere stijging gaan zien. De toename van overvallen in 2025, de groei van online fraude, en de toegenomen werving van jongeren door criminele netwerken zijn ontwikkelingen die in 2026 kunnen doorzetten.
Tegelijkertijd blijft Nederland in historisch perspectief een relatief veilig land. Het aantal misdrijven per duizend inwoners ligt nog altijd ver onder het niveau van begin deze eeuw. En niet alle ontwikkelingen zijn negatief: klassieke vormen van vermogenscriminaliteit zoals woninginbraak blijven dalen.
Maar de boodschap is helder: de automatische piloot van dalende criminaliteit is uitgeschakeld. Overheden, politie en maatschappelijke organisaties zullen actiever moeten inzetten op preventie, opsporing en begeleiding om verdere stijgingen te voorkomen. De ‘verdwenen criminaliteit’ uit de periode 2000-2018 blijkt niet voorgoed verdwenen, maar verschoven en gestabiliseerd.
De definitieve jaarcijfers over 2025 verschijnen in maart 2026. Tot die tijd blijft het beeld voorlopig, maar de trend is duidelijk: Nederland wordt niet per se onveiliger, maar wel niet meer automatisch veiliger.




